Op weg naar het liéfst thuis

Verantwoording van onderliggend onderzoek.

Er is een koerswijziging gaande van jeugdhulp naar trauma-geïnformeerde systeemhulp, bij voorkeur (intensief) ambulant. Ook voor jeugdigen en/of ouders met cognitieve en adaptieve beperkingen (zoals een LVB). Het antwoord, van onze deelnemer Koraal, op deze wens is de Strategie Jeugd 2025 met drie pijlers: gelijkwaardige relatie, samen (samen met ouders) verantwoordelijk en het liefst thuis.

Waar lopen professionals in de praktijk tegenaan bij deze opgave? En hoe kunnen we daar op inspelen? Dat laat dit overzicht zien met vier thema’s die een bijdrage leveren aan ‘Op weg naar het liéfst thuis’.

Het overzicht is tot stand gekomen op basis van een kleinschalig onderzoek bij Koraal. De belangrijkste resultaten van staan hieronder beschreven. In het onderzoek zijn dossiers geanalyseerd, aanvullende gesprekken gevoerd met intakemedewerkers, een focusgroep gehouden en een online survey uitgezet.

Direct naar

Download hier het product

Dossieronderzoek & reflectiegesprekken

Om het eerdere verloop van de hulpverlening en het plan van aanpak van Koraal in beeld te brengen, hebben we dossieronderzoek gedaan en reflectiegesprekken gehouden met de het intaketeam. De analyse is gedaan aan de hand van een itemlijst met 10 thema’s die zijn gebaseerd op de inhoud van de verklarende analyse, hiervoor hebben we het 7-factorenmodel als uitgangspunt genomen.

Klik op de afbeelding hiernaast om de resultaten te bekijken.

In totaal hebben 10 gezinnen toestemming gegeven voor de verdiepende gezinsanalyse middels een informed consent in begrijpelijke taal (Taal voor allemaal).

NB. In vergelijkbare onderzoeken zijn er ook gesprekken gevoerd met de gezinnen. In dit onderzoek is dit uiteindelijk niet gedaan. Wat meespeelde is dat dit in andere onderzoeken op grotere schaal gedaan is en dat niet alle gezinnen na verloop van tijd zorg ontvingen van Koraal waardoor we hen niet meer konden benaderen.

Focusgroep

In dit onderdeel van het onderzoek zijn we in gesprek gegaan met een groep professionals van Koraal over het voorkomen van uithuisplaatsingen en beschikbare alternatieven voor residentiële opnames. Aanvullend hebben we verhelderende vragen gesteld naar aanleiding van de resultaten van het dossieronderzoek en de reflectiegesprekken met de intakemedewerkers. Per thema is hieronder uitgelicht wat er besproken is tijdens de focusgroep.

Tijdens de focusgroep waren er professionals met diverse functies aanwezig:

Respondent 1: Groepsleidster; Respondent 2: Persoonlijk begeleidster; Respondent 3: Systeemtherapeut; Respondent 4: Systeemtherapeut i.o.; Respondent 5: Ambulant begeleider, speltherapeut; Respondent 6: Ambulant hulpverlener, sinds 3 jaar ook MST therapeut; Respondent 7: Regiebehandelaar, EMDR-therapeut en systeemtherapeut i.o.

Vraag: Hoe ervaren jullie het contact en de samenwerking met de ouders?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • De algehele communicatie en het contact met de ouders wordt door de respondenten als verbeterpunt genoemd.
  • De aanwezige groepsleiders benoemen dat zij niet opgeleid zijn in het contact met de ouders. De ouders worden soms als lastig ervaren. Er wordt door hen gesproken over een bepaalde mate van angst voor de ouders.
  • Bovenstaande heeft ook alles te maken met de werkdruk / taakdifferentiatie. Respondenten geven aan dat in het verleden meer met gezinsbegeleiders werd gewerkt, zij deden (ook) het contact met de ouders.
  • Goede voorbeelden zijn er ook zeker: op sommige locaties zijn nu weer gezinsbegeleiders aan de groepen gekoppeld. Zijn nemen de contacten met de ouders van de jeugdigen (per groep) op zich. Implementatie van Methodiek Gezin Centraal is ook een wens.
  • Soms kan aanwezig personeel, zoals ambulant begeleiders, meer gericht worden ingezet op de ouders zodat de groepsleiders deze contacten er niet ook nog bij hoeven doen.

Vraag: Uit dossiers blijkt dat de hulpvraag van de jeugdige vaak (nog) ontbreekt. Hoe ga je hier mee om? En wat als een jeugdige geen eigen hulpvraag kan formuleren of heeft?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • Het is afhankelijk van de leeftijd en het niveau van de jeugdige of hij/zij een eigen hulpvraag heeft of kan formuleren. Voor sommige jeugdigen is dit lastig.
  • Het gaat niet altijd zozeer om een hulpvraag, maar om wat lastig gaat.
  • Door de regiebehandelaar wordt genoemd dat (intrinsieke) motivatie wel belangrijk is.
  • De ervaring van de respondenten is dat de behandeling korter wordt als je doelgericht kan werken.
  • Het woord ‘doel’ stuit de respondenten tegen de borst. Het is spreektaal geworden. Welke term gebruik je dan wel? Door het opstellen van doelen kom je vaak snel in een ‘conflict’ gesprek terecht.
  • Het gesprek komt erop uit dat taalgebruik en woordkeus erg belangrijk kunnen zijn. Ook deze jeugdigen nemen veel hulpverlenerstaal over, wat betekenen woorden dan eigenlijk nog? Het gaat er om wel echt contact te maken.

 

Vraag: Tijdens de dossieranalyse is opgevallen dat er (nog) weinig aandacht is voor de talenten en kwaliteiten van een jeugdige. Voor één jeugdige is benoemd dat dit in een ander gesprek nog wordt uitgevraagd. Hoe zorg je dat je hier voldoende aandacht voor hebt?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • De eerste reactie is dat deze informatie vanzelf boven komt drijven en dat dit niet in dossiers wordt genoteerd.
  • Krachten en talenten worden meegenomen in het dagprogramma van de jeugdige.
  • Bij de interventie Multisysteem Therapie (MST) zijn krachten en talenten de basis voor de behandeling (zo is de interventie opgebouwd).
  • Het dashboard in Fierit bevat sinds ongeveer een half jaar enkele vragen over talenten/ kwaliteiten. Op de eerste pagina van het systeem staan kernvragen die ingevuld moeten worden voordat je verder kunt bladeren. Hetzelfde geldt voor positieve eigenschappen en interesses van de jeugdige.
  • Toch wordt er door de respondenten ook genoemd dat denken in talenten en kwaliteiten nog niet voldoende in de vezels zit. “Dus ja, er is wel aandacht voor in een interventie als MST en wordt ook genoteerd op het dashboard van Fierit, maar dat is nog wat anders dan dat we in ons dagelijkse denken en handelen er voldoende op gericht zijn.”

Vraag: Is het van belang dat iedereen de dossierinformatie leest?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • De respondenten gaan ervan uit dat de regiebehandelaar alle informatie doorneemt en de relevatie informatie doorgeeft aan de betrokken hulpverleners. Het is dus niet zo dat iedereen alle dossierinformatie tot zich neemt. Sommigen respondenten geven aan bewust dossiers niet te lezen, met het oog op onbevangen observatie en diagnostiek.
  • De ervaring is van een van de respondenten dat ouders soms toetsen of je de informatie wel gelezen hebt.
  • Later in het gesprek wordt aangegeven dat dossierinformatie soms praktische aanknopingspunten voor een begeleidingsstijl/vorm kan geven.

Vraag: Hoe gaat jouw regio om met een interne aanmelding? Hoe kan dit sneller?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • Binnen de eigen Koraal-regio gaat het sneller door korte lijnen, dan buiten de Koraal-regio.
  • Binnen de eigen Koraal-regio wordt met overplaatsingsadviezen gewerkt, terwijl een overplaatsing naar een andere Koraal-regio in feite als een externe aanmelding behandeld wordt. Hierdoor duurt een overplaatsing ook langer, vanwege bijvoorbeeld wachtlijsten.

 

Vraag: De intakeprocedure lijkt tussen de 3 regio’s van de organisatie te verschillen. Is dat wenselijk en is er een meerwaarde van een uniforme aanmeldprocedure?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • Het intakesysteem is voor heel Koraal wel hetzelfde, maar is per regio afgeschermd (i.v.m. privacy).
  • Ook wordt genoemd dat het systeem op zeer uiteenlopende manieren wordt ingevuld en er in de praktijk dus eigenlijk geen uniform intakeproces is.
  • Genoemde suggestie door één van de respondenten: Hoe kijken we als Koraal naar de intake, welke informatie wil je graag hebben? En welke informatie moet altijd ingevuld worden met het oog op eenvoudige en snelle doorplaatsing? Hier kan meer over nagedacht worden.
  • Een ervaring van één van de respondenten is dat verwijzers van andere organisaties vinden dat de intakes bij Koraal over het algemeen traag en log gaan.

 

Vraag: Wat wordt er aan warme overdracht gedaan? Zowel intern als extern?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • De ervaring van de respondenten is dat een interne overdracht prima verloopt.
  • Of er een (warme) overdracht wordt gedaan is persoonsafhankelijk: er zijn begeleiders die hier veel tijd in steken, maar er zijn natuurlijk verschillen tussen medewerkers.
  • De externe overdracht is erg wisselend. Het doen van een warme overdracht lijkt geen standaard uitgangssituatie te zijn. Sommige medewerkers van Koraal gaan er wel zelf actief op af om de verbinding tot stand te brengen.
  • De respondenten hebben geen duidelijke beeld van de visie van Koraal op het thema warme overdracht.

 

Vraag: Welke goede voorbeelden uit de eigen regio wil je nog delen?

Aanwezigen gaven het volgende aan:

  • Bij start behandeling of crisisopname wordt er direct gekeken hoe de jeugdige terug kan keren naar huis. Een respondent noemde als voorbeeld het starten van een Multisysteem Therapie (MST)-traject.
  • Deeltijdbehandeling: slapen op maat op de groep en thuis. Een jeugdige slaapt dan gedeeltelijk thuis, gekeken wat de ouders aankunnen en deels op de groep om de ouders te ontlasten. Suggestie: Waarom niet doordeweekse opvang i.p.v. weekendopvang? In het weekend zijn vaak beide ouders thuis en kan de zorg gedeeld worden.
  • Regio Noordoost Brabant trekt goed op met andere programma’s/behandelingen voor de plaatsing naar huis. Direct vanaf het begin van een traject.
  • MST biedt ook nog nazorg waardoor het gezin er na terugkeer van het kind niet meteen er alleen voor staat.

Survey

Om de verkregen inzichten tijdens de focusgroep breder in de organisatie te toetsen, is naderhand een survey uitgezet onder de medewerkers van Koraal. In totaal zijn er negen vragen gesteld die door circa 50 medewerkers zijn beantwoord. De belangrijkste resultaten delen we hier. Klik op de afbeelding om deze te bekijken.