Thema 2. Samenwerking tussen LVB-zorg en GGZ regionaal

Het tweede thema gaat over de samenwerking tussen de LVB-zorg en de GGZ op regionaal gebied. Soms heeft een cliënt met een LVB dusdanig zware psychische problemen, dat er vanuit de LVB-zorg onvoldoende expertise aanwezig is om deze cliënt goed te kunnen ondersteunen en behandelen. Dan is expertise vanuit de GGZ nodig. Maar andersom gebeurt ook; dat LVB-expertise wenselijk of nodig is om een cliënt/patiënt uit de GGZ die ook een LVB (b)lijkt te hebben goed te kunnen ondersteunen. Inhoudelijke samenwerking tussen de LVB-zorg en GGZ is hiervoor noodzakelijk, maar niet altijd even eenvoudig om te realiseren, o.a. door andere zorgstructuren en financiering van zorg.

Uitgangspunten samenwerking LVB-zorg en GGZ

Het gaat in de samenwerking niet om de plek waar iemand behandeld wordt, maar om de voorwaarden om de behandeling zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de problemen en wensen van de cliënt/patiënt. Iemand zou zo veel mogelijk behandeld moeten worden in de eigen leefsituatie. Als het nodig is zou dan een psychiater ‘ingevlogen’ kunnen worden in de LVB-zorg als dat nodig is of LVB-expertise in de GGZ. Mensen moeten niet ‘over de schutting gegooid worden’ van de ene zorgsector naar de andere als het even wat lastiger wordt. Opgemerkt wordt dat het binnen de GGZ mogelijk moet zijn om mensen met een lager IQ (± 80) daar te behandelen.

Daarnaast gaat het ook om dat professionals uit beide sectoren elkaar kennen en weten te vinden en vervolgens ook inschakelen; dat er dus korte lijntjes zijn.

Opdracht deze werkgroep

Op het gebied van samenwerking gebeurt al het een en ander en zijn al ervaringen opgedaan. Hiervan kan geleerd worden, bijvoorbeeld door organisaties waar de samenwerking er nog niet is. Ook voor deze werkgroep is het dus allereerst de opdracht om dit te inventariseren.

  • Voordat er kennis en expertise uitgewisseld kan worden, moet eerst helder zijn wat de GGZ en de LVB-zorg zelf zouden moeten kunnen en welke kennis en vaardigheden er dus waar moet zijn om deze cliënten te kunnen behandelen/begeleiden. Vervolgens kan geconcretiseerd worden wanneer er externe deskundigheid op het gebied van LVB en/of GGZ zou moeten worden ingeschakeld en/of dat een cliënt elders behandeld/begeleid zou moeten worden à Visie en vakmanschap.
  • Om vervolgens in de regio samen te werken, moeten organisaties elkaar leren kennen en met elkaar afspraken maken over uitwisseling van expertise (en de voorwaarden). Het gaat overigens niet alleen om LVB en GGZ, maar ook om verslavingszorg. Hierdoor ontstaat er een structureler aanbod en wordt er niet pas gereageerd als er een casus is. De opdracht aan de organisaties is dat zij elkaar in de eigen regio leren kennen en contact met elkaar krijgen.
  • Het vervolgens werkelijk met elkaar samenwerken kan, zoals eerder aangegeven, door verschillende factoren bemoeilijkt worden, zoals de ervaren ‘schotten tussen de beide sectoren’. Toch zijn er organisaties die hier overheen zijn ‘geklommen’ en waar inhoudelijke samenwerking en uitwisseling van kennis en expertise tot stand zijn gekomen. Het inventariseren en vervolgens leren van deze goede voorbeelden is een volgende opdracht. De bevindingen kunnen vervolgens ook nader worden geanalyseerd (wat voor aanbevelingen en aandachtspunten zijn daaruit af te leiden?). Een eerste voorbeeld van zo’n samenwerking en de ervaringen staat in een artikel in LVB Onderzoek & Praktijk.

Verschillende professionals uit beide zorgsectoren gaan hiermee aan de slag onder aansturing van Jannelien Wieland (o.a. psychiater bij Poli+ en expertiseleider bij Cordaan).

LKC LVB | Catharijnesingel 47 | 3511 GC Utrechts | 030-7400400 | info@kenniscentrumlvb.nl