Een overzicht van onze projecten zijn:

- Project loverboyslachtoffers LVB/GGZ

- Onderzoek naar de ervaren knelpunten in de alledaagse begeleiding van
  jongeren met een LVB en een niet-Nederlandse achtergrond

- Studiemiddag ICT en sociale media in de LVB-zorg

- Project ‘Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB’

- Project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’

- Projectgroep ‘Residentiële Zorg’

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Aanpak minderjarige slachtoffers mensenhandel/ loverboys met een licht verstandelijke beperking (LVB) of psychische problematiek (GGZ)

Start project

Slachtofferschap van mensenhandel/loverboyproblematiek
Een vorm van mensenhandel

Kwetsbare doelgroepen: jongeren met een LVB en/of psychische problemen
- Factsheet centrum seksueel geweld

Aanpak mensenhandel/loverboyproblematiek LVB en GGZ
- Herziene handreikingen

Conferentie mensenhandel/ loverboyproblematiek:
- Aanbevelingen
- Toespraak NRM

Aanpak mensenhandel/ loverboyproblematiek binnen gemeenten en wijkteams
Informatie voor slachtoffers en ouders
- NJI

Preventie
Preventiemateriaal
- Folder Preventiemateriaal V&J

Voorlichting over seks en sociale media
- Hoe was jouw dag op internet?

Meer lezen over sociale media en mediawijsheid?
Vlaggensysteem en Buiten de lijnen
- Buiten de lijnen, movisie

Signalering
Wanneer is iemand slachtoffer?
Kwetsbare jongeren
Stappenplan signaleren
Een stapsgewijze aanpak van complexe problematiek
- Stappenplan
Risicotaxatie-instrument

Melden en samenwerken in de keten
Melden van signalen
Samenwerken tussen jeugdprofessionals en politie/justitie
- Handreiking samenwerking
Speciale teams in de politieketen mensenhandel
Aangifte doen?
Zorgdragen voor een authentieke verklaring
Forensisch medisch onderzoek
- Kwaliteitscriteria Forensisch Medisch Onderzoek en de
- Werkinstructie Forensisch Medisch Onderzoek

Registratie van slachtoffers mensenhandel
Comensha
- Overzicht overlegvormen
Wat kan je als professional doen

Opvang en behandeling van slachtoffers van mensenhandel
Gespecialiseerde hulp
Kernelementen effectieve opvang en behandeling
- Aanbevelingen
Praten over seks en nare seksuele ervaringen
- Hoe was jouw dag op internet?
- Competentieprofiel Jeugdzorgwerker en het
- Uitstroomprofiel Jeugdzorgwerker
Traumabehandeling
- KJP
Diagnostiek en behandeling van slachtoffers met een LVB
- Richtlijnen diagnostiek en effectieve interventies LVB

Handreikingen en aanbevelingen

Nazorg

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Start Project

Jongeren (meisjes en jongens) met een licht verstandelijke beperking (LVB) en/of psychische problemen zijn extra kwetsbaar om slachtoffer te worden van loverboys/mensenhandel. Het Landelijk Kenniscentrum LVB iheeft het project Loverboyslachtoffers LVB/GGZ uitgevoerd. Het project is uitgevoerd in nauwe samenwerking met het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, GGZ Nederland en de Vereniging Orthopedagogische Behandelcentra (VOBC). Wij willen met dit traject komen tot een betere preventie, signalering, registratie, opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys/mensenhandel.
Het was enerzijds een verdieping en een gericht vervolg op de resultaten uit de “Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd” voortkomend uit het actieplan “Hun verleden is niet hun toekomst” van de commissie Azough. De daarbij ontwikkelde instrumenten van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) hebben we in dit project tegen het licht gehouden. We maken de bestaande NJi-instrumenten op maat en/of ontwikkelen andere instrumenten voor professionals die werken met meisjes en jongens met een LVB en/of psychische problemen. De bestaande instrumenten zijn gericht op signalering, risicotaxatie, samenwerking met politie en justitie, melding bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha), opvang en hulp aan slachtoffers.
Anderzijds richtte het project zich op borging van het daadwerkelijk gebruik van alle instrumenten: zowel van de instrumenten die in dit traject worden ontwikkeld als van de instrumenten die in een eerder stadium zijn ontwikkeld. Het project werd financieel ondersteund door het Ministerie van VWS.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Projectaanpak

In dit project stond de kennis en de behoefte van de professionals uit de LVB/GGZ sector centraal. We hebben hen actief betrokken en hebben hun kennis, vragen, wensen en in het veld ontwikkelde instrumenten opgehaald middels consultatie en expertmeetings. Professionals kunnen deze resultaten benutten voor jongeren in zorg met (een vermoeden van, een verhoogd risico op of daadwerkelijke) loverboyproblematiek. Deze resultaten kunnen ook worden gebruikt bij de preventie, registratie en signalering van jongeren met LVB/GGZ-problematiek in het sociaal gemeentelijk domein. Middels regiobijeenkomsten en een eindconferentie (op 16 februari 2017) hebben we actief bijgedragen aan verdere toerusting en implementatie van de instrumenten ten behoeve van het zorgveld en het gemeentelijk domein.
Het voorzitterschap was wederom in handen van Naima Azough. Naast ons project is het NJi gestart met borging van de al ontwikkelde instrumenten in het gemeentelijk domein. Regioplan doet onderzoek naar jongens en loverboyproblematiek (van mei tot oktober 2016). Zij ontvangen eveneens subsidie van het ministerie van VWS. We volgen de ontwikkelingen en benutten waar mogelijk de resultaten voortkomend uit het NJi-project en onderzoek van Regioplan.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Erie Merkus: e.merkus@vobc.nu of 030 – 7400400.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Slachtofferschap van mensenhandel/loverboyproblematiek

Een vorm van mensen handel

Een mensenhandelaar zoekt gericht naar jongeren die kwetsbaar zijn, zoals jongeren met een LVB en psychische problemen. Slachtoffers van loverboys worden emotioneel afhankelijk gemaakt en vervolgens seksueel uitgebuit of gedwongen tot andere illegale activiteiten. Seksuele uitbuiting is een ernstige vorm van mensenhandel. Deze vorm van mensenhandel heeft grote gevolgen voor de (psychische en sociale) ontwikkeling van slachtoffers.
Zowel meisjes als jongens kunnen in handen vallen van een loverboy. Meisjes worden vaker slachtoffer van seksuele uitbuiting dan jongens. Over het algemeen zijn daders mannen en jongens, maar ook vrouwen en meisjes kunnen anderen seksueel uitbuiten. Ook geldt dat ‘daders’ op hun beurt gedwongen kunnen worden tot deze vorm van seksuele uitbuiting.
Lees meer over de achtergrond van loverboyproblematiek en lees wat u als professional binnen de jeugdzorg, jeugd-lvb, jeugd-gzz en het sociaal domein kan doen met betrekking tot preventie, signalering, melding, ketensamenwerking en opvang en behandeling.

Kwetsbare doelgroepen: jongeren met een LVB en/ of traumagerelateerde problemen

Een mensenhandelaar weet precies op welke signalen hij moet letten bij het ronselen van jongeren voor seksuele uitbuiting. Hij is goed in een snelle screening, waarbij hij vooral op drie dingen let:
• Ben je gepest?
• Ben je seksueel misbruikt?
• Geloof je makkelijk wat ik zeg?
De mensenhandelaar zoekt gericht naar jongeren die kwetsbaar zijn op deze drie punten. Hij speelt in op gevoelens van sociale afwijzing onder jongeren en op een ervaren gebrek aan liefde en aandacht. Hij maakt gebruik van opgedane kwetsbaarheid vanwege eerder meegemaakt (seksueel) misbruik en van een beperkt vermogen om de situatie goed in te schatten en ‘nee’ te kunnen zeggen.

Jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en psychische problemen hebben meer moeite met het inschatten van een dergelijke situatie. Zij zijn kwetsbaarder door beperkingen in het denkvermogen en sociale vaardigheden. Het sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau van jongeren met een LVB ligt vaak lager dan op basis van hun IQ-score of op basis van hun niveau van praktische vaardigheden verwacht zou mogen worden.

Slachtoffers van mensenhandel en seksuele uitbuiting zijn vaak (maar niet altijd) van jongs af aan geconfronteerd met (potentieel) traumatische gebeurtenissen zoals misbruik, mishandeling en verwaarlozing.Als gevolg van de meegemaakte traumatische gebeurtenissen ontwikkelen veel van deze jongeren een negatief zelfbeeld, hechtingsproblemen, traumagerelateerde klachten en/of faalervaringen op school en in contact met leeftijdgenootjes. Zij hebben het gevoel nergens bij te horen. Het maakt hen kwetsbaar voor allerlei vormen van geweld en uitbuiting, waaronder seksuele uitbuiting.

Eerder slachtofferschap van (seksueel) geweld of misbruik, mishandeling en verwaarlozing in de kindertijd vergroten de kans op (herhaald) slachtofferschap. Zeker als de jongeren last heeft van (onbehandelde) posttraumatische stressklachten vergroten de kans op (herhaald) slachtofferschap.

Het centrum seksueel geweld maakte een factsheet over seksueel geweld en de mogelijke gevolgen daarvan.

Aanpak mensenhandel/loverboyproblematiek LVB en GGZ Over het project:

Meisjes en jongens met een licht verstandelijke beperking (LVB) en/of psychische problemen zijn extra kwetsbaar om slachtoffer te worden van mensenhandel. Met deze stelling begonnen het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en Landelijk Kenniscentrum LVB, in nauwe samenwerking met de VGN, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland en de VOBC in augustus 2016 het project Aanpak mensenhandel/ loverboyproblematiek LVB en GGZ.

Het project bouwt voort op het actieplan Hun verleden is niet hun toekomst(commissie Azough, 2014-2015). In opdracht van de commissie Azough ontwikkelde het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) in 2015 handreikingen voor professionals werkzaam in de zorg voor jeugd. De handreikingen hebben vanuit de huidige stuurgroep onder leiding van Azough, in samenwerking met het NJi, ervaringsdeskundige jongeren en bijna 80 hulpverleners, een update gekregen zodat ze geschikt zijn voor hulpverleners die werken in het sociale domein, de jeugd-GGZ en de LVB-sector.De herziene handreikingen vind je hier.

Conferentie mensenhandel/ loverboyproblematiek

“Laten we niet naïef zijn”

Dat zei staatssecretaris Martin van Rijn bij het in ontvangst nemen van de tien aanbevelingen van de commissie ‘Aanpak minderjarige slachtoffers mensenhandel/ loverboys met een licht verstandelijke beperking (LVB) of psychische problematiek (GGZ)’. Er zijn nog steeds kwetsbare jongeren die ‘tussen de kieren van onze aanpak glippen’.
Het Landelijk Kenniscentrum LVB en het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie zijn, in nauwe samenwerking met de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging Orthopedagogische Behandelcentra (VOBC) in augustus het project 'Aanpak minderjarige slachtoffers mensenhandel/ loverboyproblematiek LVB/GGZ' gestart. Dit project is een vervolg op eerder onderzoek en aanbevelingen van de commissie Azough ‘Hun verleden is niet hun toekomst’. Op 16 februari werden in Utrecht tijdens een goed bezochte conferentie de aanbevelingen gepresenteerd
De conferentie begon met indrukwekkende verhalen van ervaringsdeskundigen Angela en Hajar. Zij pleitten naast de tien aanbevelingen voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid bij voorlichting en preventie. Nationaal rapporteur mensenhandel Corinne Dettmeijer refereerde aan het verhaal Loes, een meisje met een verstandelijke beperking die slachtoffer werd van mensenhandel en aan het woord kwam in de uitzending van Dit is de dag van oktober 2015. Mensenhandelaren herkennen de kwetsbaarheid van meisjes en jongens vaak eerder dan professionals. Corinne Dettmeijer pleit voor meer voorlichting en het voorkomen van slachtofferschap, het beter signaleren van potentiële slachtoffers en goede opvang en hulpverlening en het voorkomen van revictimisatie. De aanbevelingen werden aangeboden door leden van de stuurgroep:
VGN bestuurder Gertrude van den Brink benadrukte daarbij dat taal vaak belangrijk is in het contact met mensen met een beperking: de vraag of een cliënte contacten heeft via internet werd met ‘nee’ beantwoord. Maar ze bleek wel contacten te hebben via Facebook...
Andere aanbevelingen werden aangeboden door José Schilderinck, bestuurder van Ambiq en VOBC en directeur VOBC / Landelijk Kenniscentrum LVB Dirk Verstegen; aanbevelingen gericht op de professionals in de zorg, een veiligheidsplan voor elke jongere, samenwerking met politie en justitie, samenwerking met onderwijs en in het bijzonder de gemeenten. Stuurgroeplid Mariëlle Ploumen, directeur behandelzaken bij Reinier Van Arkel, benadrukte in gesprek met de staatssecretaris het belang van het blijvend bespreekbaar maken van seksualiteit. Dat is spannend maar noodzakelijk!

Aanpak mensenhandel/ loverboyproblematiek binnen gemeenten en wijkteams Uit meerdere onderzoeken en casuïstiek blijkt dat mensenhandel/ loverproblematiek zich niet beperkt tot de randstad of (middel)grote steden. In opdracht van het ministerie van VWS en de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) voerde het NJi een ontwikkeltraject uit waarin zij is nagegaan hoe gemeenten de aanpak voor deze slachtoffers hebben georganiseerd en in hun beleid hebben geborgd. Het NJi bekeek wat de rol van wijkteams is en wat er nodig is om de aanpak verder vorm te geven. Gelijktijdig met de aanpak mensenhandel/ loverboyproblematiek LVB en GGZ paste het NJi op basis van de uitkomsten de handreikingen van de commissie Azough aan. Ook is in het dossier van het NJi specifieke aandacht voor de aanpak voor gemeenten. Het project werd in april 2017 afgerond.

Informatie voor slachtoffers en ouders De adviezen en hulpmiddelen op deze pagina's zijn bedoeld voor zorgprofessionals. Ben je zelf (mogelijk) slachtoffer van een loverboy? Of de ouder of een bekende van een (mogelijk) slachtoffer? En wil je hulp of advies? Kijk op slachtofferwijzer.nl of neem contact op met een van de volgende organisaties:

Fier, hulp bij geweld
Landelijk meldpunt loverboyproblematiek van WATCH Nederland

In een aantal regio's zijn regionale meldpunten loverboyproblematiek (neem contact op met Veilig Thuis: 0800 - 2000)

➢ Lees meer over de werkwijze van mensenhandelaren/ loverboys en het risicoprofiel van slachtoffers op de website van het NJi. Je vindt daar ook informatie over de gehanteerde definitie en de cijfers.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Preventie

Preventie is een belangrijke pijler in de aanpak van mensenhandel/loverboyproblematiek onder jongeren met een LVB en psychische problematiek. De mensenhandelproblematiek kan worden benaderd via thema’s als weerbaarheid, media, normen en waarden in relaties en seksualiteit. Het preventiepakket moet aansluiten bij de doelgroep en actuele ontwikkelingen (denk aan internet en social media). Het geven van voorlichting en uitvoeren van preventieprogramma’s heeft bij voorkeur een structurele plek in het reguliere lesaanbod op scholen, startend in het primair onderwijs. Er zijn verschillende partijen die trainingen en voorlichting aanbieden.

Preventiemateriaal
Er zijn in de laatste jaren veel preventieproducten ontwikkeld. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie maakte daarom, in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een praktische en overzichtelijke digitale folder. In deze interactieve folder kan voor verschillende groepen potentiële slachtoffers gezocht worden naar geschikt preventiemateriaal: jongeren in het basisonderwijs, jongeren vanaf 12 jaar, jongeren met een lichtverstandelijke beperking/ in de GGZ/ of het speciaal onderwijs en jongeren met een andere culturele achtergrond. Daarnaast kan gezocht worden naar materiaal dat bedoeld is voor ouders of voor professionals.

Folder Preventiemateriaal mensenhandel

Voorlichting over seks en sociale media
Praten met jongeren over seks en over nare seksuele ervaringen (off- en online) is niet gemakkelijk maar zeer belangrijk. Beperkte seksuele weerbaarheid, meegemaakt seksueel misbruik en onbehandelde posttraumatische stressklachten maken kwetsbaar voor (herhaalde) seksuele uitbuiting. De mensenhandelaar zoekt gericht naar jongeren die kwetsbaar zijn op deze punten.

Net als in face to face contact gebruiken jongeren sociale media om te experimenteren met seks en seksueel gedrag. Sociale media lenen zich bovendien goed voor het ongezien ronselen en inpalmen (‘grooming’) van jongeren met als uiteindelijke doel seksuele uitbuiting.

Vraag daarom of jongeren iets naars hebben meegemaakt (online en offline). Wanneer er sprake is van een LVB is je woordkeuze erg belangrijk. Het helpt om zo concreet mogelijk te zijn. Begin met te vragen aan jongeren hoe hun dag op internet was. Meer tips vind je in de folder Hoe was jouw dag op internet?

Meer lezen over sociale media en mediawijsheid?

Baas, N. (2015). Samen de online wereld verkennen. Huizen: Uitgeverij Pica. Delfos, M. (2013). In 80 dagen de virtuele wereld rond. Amsterdam: SWP.
Hop, L., & Delver, B. (2013). De WIFI-generatie de jeugd op het mobiele internet: Vliegensvlug en
Vogelvrij. Amsterdam: Nationale Academie voor Media en Maatschappij.
Valkenburg, P. (2014) Schermgaande jeugd: Over jeugd en media. Amsterdam: Prometheus.
Walrave, M., & Ouytsel, J. van (2014) Mediawijs Online : Jongeren en sociale media. Tielt: Lannoo Campus.

Vlaggensysteem en Buiten de lijnen

‘Buiten de lijnen’ is een pedagogische interventie die professionals helpt om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag bij minderjarigen met een beperking of jongeren met een seksueel trauma. ‘Buiten de lijnen’ past de methodiek van het Vlaggensysteem toe die intussen veelvuldig gebruikt wordt binnen de jeugdzorg en de gehandicaptenzorg. Ontwikkelingsaspecten als ‘gender’ en ‘cultuur’ hebben veel invloed op de seksuele ontwikkeling van kinderen en op de houding van professionals en krijgen daarom veel aandacht in het handboek.

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten met betrekking tot signaleren door scholen, gemeenten en wijkteams

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Signalering

Wanneer is iemand slachtoffer?
Het is vaak niet eenvoudig om vast te stellen of iemand slachtoffer is van een mensenhandelaar/ loverboy. Mensenhandel en seksuele uitbuiting bevindt zich in een grijs gebied met seksueel grensoverschrijdend gedrag, relatieverslaving en 'foute vriendjes'. Jongeren voelen zich niet altijd slachtoffer. Dat maakt het signaleren lastig.

Kwetsbare jongeren
De mensenhandelaar zoekt gericht naar jongeren die kwetsbaar zijn. Jongeren met een LVB lopen minimaal vier keer meer kans op het meemaken van seksueel geweld dan anderen. Ook maken zij meer ernstige en herhalende vormen van seksueel misbruik mee. Bovendien lopen zij, onder andere door toedoen van beperkte cognitieve en adaptieve vaardigheden, een verhoogde kans op het ontwikkelen van een PTSS na een potentieel traumatische gebeurtenis. In de praktijk zien we dat jongeren met een LVB en vroegkinderlijke traumatische ervaringen en (onbehandeld) seksueel trauma een aanzienlijke kans lopen om (meermaals of chronisch) in de greep van een mensenhandelaar te komen.

Stappenplan signaleren
Een praktisch hulpmiddel is het stappenplan voor signaleren. Hierin staat stap-voor-stap omschreven wat u als hulpverlener kunt doen bij vermoedens van loverboyproblematiek. Ook staan er tips voor screening en aandachtspunten voor gespreksvoering. De stappen in het stappenplan geven houvast bij het aanpakken van mensenhandel-/loverboyproblematiek.

Het stappenplan voor signaleren is specifiek gericht op meisjes;zij vormen verreweg de grootste groep slachtoffers. Er is meer onderzoek nodig naar risicofactoren en signalen van slachtofferschap onder jongens om specifieke stappen voor jongens te kunnen formuleren.

Een stapsgewijze aanpak van complexe problematiek

Praat met elke jongere over seks en eventuele nare ervaringen op dit gebied.
In de praktijk doet een jongere een onthulling over seksuele uitbuiting meestal niet tijdens een gepland gesprek maar eerder spontaan, op een moment dat de jongere zelf uitkiest. Weet wat je kunt doen als je in vertrouwen genomen wordt. Ben beschikbaar voor de jongere, oordeel niet en biedt waar nodig veiligheid.

• Slachtofferschap van mensenhandel/ loverboys is in veel gevallen (maar niet altijd) een aan de leeftijdsfase gerelateerde uitingsvorm van structureel misbruik door anderen. Er is vaak sprake van onderliggende trauma’s vanuit vroege jeugdjaren. Mensenhandelaren/ loverboys spelen bovendien in op mogelijk beperkte vermogens bij potentiële slachtoffers om een situatie goed in te schatten en ‘nee’ te zeggen. Meisjes met een (seksueel) trauma of een LVB lopen dus extra risico om slachtoffer te worden van mensenhandel/loverboys.

• Het komt regelmatig voor dat meisjes en ouders de problematiek anders zien dan professionals. Zo voelen meisjes zich niet altijd het slachtoffer van een mensenhandelaar/ loverboy. Ze zien deze jongen als hun (ex)vriend, voelen zich sterk loyaal aan hem en ervaren rouw wanneer zij los van hem komen.

Slachtoffers kunnen ook anderen seksueel uitbuiten. Zij kunnen daartoe gedwongen worden. Jongeren die anderen ronselen in opdracht van een mensenhandelaar kunnen eveneens een kwetsbaar verleden hebben, waaronder meegemaakt seksueel misbruik.

• Realiseer je dat er bij succesvolle signalering en aanpak van mensenhandel/ loverboyproblematiek intersectoraal en multidisciplinair moet worden samengewerkt. Professionals vanuit politie, het medisch circuit, jeugd-GGZ, jeugd-LVB en professionals uit het onderwijs zullen onderdeel moeten uitmaken van de aanpak.

Download stappenplan voor professionals Hoe signaleer je slachtoffers?

Risicotaxatie-instrument Onderdeel van het stappenplan is een risicotaxatie-instrument , zoals het Risicotaxatie-instrument Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (RIS-L). Dit instrument is momenteel alleen beschikbaar in de beveiligde omgeving van Jeugdzorg Nederland en van de werkgroep 'Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd' op Kennisnet Jeugd. Er wordt gewerkt aan het (beveiligd) beschikbaar stellen van het RiS-l voor professionals uit andere branches dan Jeugdzorg Nederland.

Lees ook meer over de werkwijze van loverboys en het risicoprofiel van slachtoffers. Vermoedt u dat iemand slachtoffer is van een loverboy of mensenhandelaar? Lees dan wat u kunt doen op het gebied van melding en registratie. 

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten met betrekking tot preventie door gemeenten en wijkteams.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Melden en samenwerken in de keten

Wanneer signalen van mensenhandel/ loverboyproblematiek herkend worden, is het belangrijk dat deze vervolgens op een goede plek terecht komen en dat er actie wordt ondernomen. Samenwerking in de keten is hiervoor essentieel. Diverse organisatie en instanties kunnen en moeten betrokken zijn in de aanpak van deze problematiek.

Melden van signalen
Er zijn verschillende mogelijkheden bekend om lokaal en landelijk vermoedens en signalen te melden en te bespreken. Omstanders (bijvoorbeeld vrienden, ouders en ook horeca), professionals uit onderwijs, jeugdhulp, jongerenwerk en andere sectoren kunnen bij deze meldpunten terecht met vragen en signalen. Omdat seksueel geweld en exploitatie van minderjarigen vormen zijn van kindermishandeling horen professionals die met jeugdigen werken stappen te ondernemen conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij sommige meldpunten kunnen ook signalen van daders worden gemeld.
Regionaal meldpunt (bijvoorbeeld Twente en Limburg, het meldpunt onderzoekt, verifieert, stelt vast, classificeert en koppelt terug)
Veilig Thuis (regionaal)
Watch Nederland (landelijk)
Zorgtafel, overlegtafel etc (al dan niet voor mensenhandel of specifiek loverboys). Hier zitten
meerdere organisaties bij elkaar aan tafel, waarbij afspraken zijn vastgelegd in een convenant
Zorg coördinator mensenhandel (meestal belegd bij één organisatie in de regio).
CoMensha (coördineert de hulp aan meerderjarige slachtoffers, maar biedt ook advies op minderjarigen)
Meld misdaad anoniem (landelijk en anoniem)
Centrum voor Seksueel Geweld (regionaal)

Samenwerken tussen jeugdprofessionals en politie/justitie De politie, het OM en het medische circuit werken ook aan de aanpak van mensenhandel. Het helpt wanneer hulpverleners structureel in overleg zijn met professionals uit deze werkvelden en wanneer men elkaar en elkaars werkwijze kent.
Het Centrum voor Criminaliteit en Veiligheid (CCV) beschikt over uitgebreide informatie met betrekking tot deze samenwerking. Lees hier de informatie en stappen op de website van het CCV.

Een goede samenwerking kan de veiligheid van slachtoffers versterken en is cruciaal bij een vermissing van een jeugdige uit een instelling. In de handreiking voor zorgprofessionals staan tips voor een goede samenwerking met politie en OM in de regio. De handreiking biedt aandachtspunten voor het opbouwen van contact en vertrouwen en het samen in kaart brengen van het netwerk van een slachtoffer. Daarnaast gaat de handreiking in op situaties als de vermissing van een slachtoffer en agressie of onveiligheid binnen de hulp.

Handreiking Hoe zorg je voor goede samenwerking met politie en justitie?

Speciale teams in de politieketen mensenhandel Neem in het geval van (vermoedens van) seksuele uitbuiting en mensenhandel contact op met de politie (in jouw regio). Zoek contact met de wijkagent en de specialist mensenhandel/ de mensenhandel rechercheur.
Twee teams houden zich specifiek bezig met mensenhandel.

• AVIM: Bij de afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel werken mensenhandel gecertificeerde medewerkers en rechercheurs.
• EMM: Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) is een tactisch samenwerkingsverband van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND), Inspectie Sociale zaken en werkgelegenheid (ISZW), Koninklijke Marechaussee (Kmar) en de Nationale Politie. Het doel van het EMM is het uitwisselen en coördineren van informatie en expertise, zowel nationaal als internationaal en het genereren van een gezamenlijk actueel (inter-)nationaal beeld over aard, ernst en omvang van mensenhandel & mensensmokkel. Sinds de reorganisatie van de politie onderzoekt het EMM hoe zij in de politieketen verbeteringen kunnen aanbrengen ten aanzien van de aanpak van mensenhandel.

Aangifte doen? Niet alle slachtoffers willen aangifte doen, vanwege angst voor of loyaliteit aan de dader. Aangifte doen is ook niet in alle gevallen gewenst of nodig. Lees hier meer over in de Handreiking Hoe zorg je voor goede samenwerking met politie en justitie? samenwerking met politie en justitie?

Zorgdragen voor een authentieke verklaring Wanneer het slachtoffer (mogelijk) aangifte gaat doen, wees je er dan van bewust dat je vanuit je hulpverlenersrol de waarneming en beleving van het meisje met betrekking tot de gebeurtenis(sen) kan beïnvloeden. Dit heeft, los van de therapeutische waarde, als risico dat een eventuele aangifte minder waardevol kan zijn.
Zorg er daarom voor dat je, voorafgaand aan een voorgenomen aangifte bij de politie, het slachtoffer niet te veel bevraagt over het mogelijke strafbare feit. Het is voor de opsporing van cruciaal belang dat de verklaring van de betrokkene authentiek kan worden opgenomen door de politie, waarbij beïnvloeding van de verklaring door ouders, hulpverlening en/of betrokkenen beperkt blijft.

Forensisch medisch onderzoek
Het is belangrijk dat je er zo snel mogelijk na seksueel geweld medische en psychologische hulp wordt geboden via het Centrum Seksueel Geweld. Forensisch medisch onderzoek maakt daar onderdeel van uit. Voor het uitvoeren van een Forensisch Medisch Onderzoek (FMO) bij kindermishandeling of seksueel kindermisbruik is het van belang dat de juiste forensisch medische expertise wordt ingezet. De Kwaliteitscriteria Forensisch Medisch Onderzoek en de Werkinstructie Forensisch Medisch Onderzoek maken onderdeel uit van de werkwijze.

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten bij melden met betrekking tot gemeenten en wijkteams.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Registratie van slachtoffers mensenhandel

Comensha
Het is belangrijk dat alle slachtoffers (ook vermoedelijke) van loverboys gemeld en geregistreerd worden bij CoMensha. Comensha is het landelijke Coördinatiecentrum Mensenhandel in Nederland. Registratie laat zien hoe veel slachtoffers er zijn en hoe zij tot slachtoffer gemaakt worden. Dit is belangrijk om het probleem in beeld te brengen, lokaal en landelijk. Zo kunnen slachtoffers en daders eerder herkend worden en kan de hulp aan slachtoffers worden verbeterd. Ook de publieke opinie en politieke agenda vragen om een helder beeld van dit type criminaliteit.

Comensha faciliteert in verschillende regionale en multidisciplinaire overlegvormen met betrekking tot mensenhandel/ loverboyproblematiek. Zie het overzicht voor de overlegvormen in jouw regio.

Wat kan je als professional doen?
Professionals spelen een belangrijke rol in het melden van slachtoffers. Heeft u te maken met iemand die slachtoffer is van loverboys? Lees dan in de handreiking hoe u een vermoedelijk slachtoffer van een loverboy kunt melden bij CoMensha. U leest wat een melding inhoudt en hoe het zit met het krijgen van toestemming van de ouders en het slachtoffer. Bij melding is een schriftelijke toestemmingsverklaring nodig. Slachtoffers ouder dan 16 jaar vullen deze zelf in. Bij slachtoffers jonger dan 16 jaar wordt de verklaring ingevuld door de ouders of voogd van het slachtoffer. Om ouders en jeugdigen te informeren over wat een melding bij CoMensha inhoudt zin twee folders gemaakt.

Download handreiking 'Hoe meld je (vermoedelijke) slachtoffers van loverboys/mensenhandel?'
Download model toestemmingsverklaring
Download folder 'Ben je (vermoedelijk) slachtoffer van een loverboy?'
Download folder 'Is uw kind (vermoedelijkmodel toestemmingsverklaring) slachtoffer van een loverboy?'

 

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten met betrekking tot registratie door gemeenten en wijkteams.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Opvang en behandeling van slachtoffers van mensenhandel

Slachtoffers van loverboys/mensenhandel moeten de juiste hulp krijgen. Vaak zijn ze getraumatiseerd en hebben allereerst medische hulp en een veilige omgeving nodig. In de periode daarna worden slachtoffers stap-voor-stap weer voorbereid en begeleid bij het oppakken van hun gewone leven. Behandeling is er ook op gericht te voorkomen dat meisjes opnieuw slachtoffer van een mensenhandelaar worden.

Gespecialiseerde hulp
Niet elke organisatie kan slachtoffers van loverboys opvangen. Vaak is er sprake van complexe problematiek, die vraagt om gespecialiseerde hulp. Er zijn verschillende voorwaarden verbonden aan het bieden van hulp aan slachtoffers van mensenhandel. De Inspectie Jeugdzorg controleert of instellingen bevoegd zijn om loverboyslachtoffers hulp te bieden. Er zijn diverse jeugdhulporganisaties die gespecialiseerde hulp bieden. Het zorgprogramma Asjavan Fier is een sterk gestructureerd 7x24 uursprogramma voor meisjes van 12 tot 23 jaar die via loverboys in de prostitutie terecht zijn gekomen of die het risico lopen daarin te belanden. Deze interventie is opgenomen in de Databank effectieve jeugdinterventies als 'goed onderbouwd'. Andere beschrijvingen van interventies, zoals Fides van de Rading en Roffa van Horizon, zijn op dit moment in ontwikkeling.

Kernelementen effectieve opvang en behandeling Wat de meest effectieve opvang- en behandelmethode is, is niet eenduidig te zeggen. Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van behandelingen. Een belangrijke leidraad op dit moment is het advies van de Commissie Azough. De commissie heeft een aantal kernelementen geformuleerd die cruciaal zijn voor de opvang en behandeling van slachtoffers van mensenhandel/ loverrboys. Deze zijn gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. De kernelementen komen terug in het 'Kwaliteitskader voor jeugdhulporganisaties die gespecialiseerde opvang en hulp bieden aan meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel'.

Download Kwaliteitskader jeugdhulporganisaties

Eén van de aanbevelingen van de stuurgroep onder leiding van Azough (2017) gaat over het hanteren van diverse kwaliteitskaders met betrekking tot seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zij beveelt aan dat zorg-, strafrecht-, onderwijsorganisaties, brancheverenigingen en kennisinstituten de elementen uit het Basispakket preventie seksueel grensoverschrijdend gedrag en bevorderen gezonde seksuele ontwikkeling (VOBC), kwaliteitskader Voorkomen seksueel misbruik (cie. Rouvoet) en het kwaliteitskader Aanpak voorkomen loverboyslachtoffers (cie. Azough) hanteren.

Praten over seks en nare seksuele ervaringen
Praten met jongeren over seks en over nare seksuele ervaringen is niet gemakkelijk maar zeer belangrijk: meegemaakt seksueel misbruik en een onbehandelde posttraumatische stressklachten (waaronder PTSS) houden de problematiek immers in stand. Het is belangrijk om aan jongeren te vragen of ze iets naars hebben meegemaakt (online en offline). Lees hier meer over in de Handreiking Hoe was jouw dag op internet?
Jeugdzorg Nederland heeft met de Vereniging Hogescholen (voorheen HBO-raad) afgesproken om voor de Jeugdzorgwerker een specifieke themacompetentie ‘seksuele ontwikkeling’ te ontwikkelen. Het waarborgen van een gezonde seksuele ontwikkeling, het kunnen signaleren van een afwijkende seksuele ontwikkeling en het handelen bij seksueel risicogedrag en misbruik staat centraal in de themacompetentie. Deze themacompetentie krijgt zijn plaats in het competentieprofiel Jeugdzorgwerker en in het uitstroomprofiel Jeugdzorgwerker dat het Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs (HSAO) hanteert.

Traumabehandeling
Voor het behandelen van PTSS is een effectief bewezen therapie nodig die specifiek gericht is op de traumaklachten. EMDR en cognitieve gedragstherapie zijn momenteel de best onderzochte en meest effectieve behandelvormen. De behandeling zorgt ervoor dat de stressklachten afnemen en verkleint de kans dat de jongere op een later moment opnieuw slachtoffer wordt. Eye Movement Desensitization & Reprocessing (EMDR) en Cognitieve Gedragstherapie zijn momenteel de best onderzochte en meest effectieve behandelvormen. Specifieke op trauma gerichte cognitief-gedragstherapeutische methoden zijn TF-CBT, WRITE Junior en de Horizonmethodiek. Behandeling levert het beste resultaat op wanneer de thuis-/ woonsituatie veilig en stabiel is. Wanneer dat niet het geval is, kiezen behandelaren soms eerst voor een fasegerichte therapie, voordat de concrete traumaklachten behandeld worden. Zie voor meer informatie over de behandeling van trauma het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Diagnostiek en behandeling bij slachtoffers met een LVB
Jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) lopen minimaal vier keer meer kans op het meemaken van seksueel geweld dan anderen. Ook maken zij meer ernstige en herhalende vormen van seksueel misbruik mee. Bovendien lopen zij, onder andere door toedoen van beperkte cognitieve en adaptieve vaardigheden, een verhoogde kans op het ontwikkelen van een PTSS na een potentieel traumatische gebeurtenis. In de praktijk zien we dat jongeren met een LVB en vroegkinderlijke traumatische ervaringen en (onbehandeld) seksueel trauma een aanzienlijke kans lopen om (meermaals of chronisch) in de greep van een mensenhandelaar te komen.
In je (diagnostische) gesprekken met jongeren met een LVB helpt het om zo concreet mogelijk te zijn. Ga na of jongeren met een nare seksuele ervaring daar last van hebben, bijvoorbeeld in de vorm van herbelevingen of moeite met slapen. Er zijn verschillende screeningsinstrumenten voor PTSS beschikbaar, waaronder screeningsinstrumenten die geschikt zijn voor jongeren met een LVB. Gebruik bij voorkeur diagnostisch materiaal dat geschikt is voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Raadpleeg de Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB voor het doen van goed diagnostisch onderzoek bij mensen met een LVB. In deze richtlijn staan ook aanbevelingen voor de afname van diagnostische instrumenten die niet speciaal ontwikkeld en gevalideerd zijn voor mensen met een LVB.
Jongeren, ook jongeren met een LVB, kunnen profiteren van een traumabehandeling zoals EMDR. De behandeling dient afgestemd te worden op de aanwezige LVB. Raadpleeg de Richtlijn Effectieve Interventies LVB voor het uitvoeren van interventies voor jeugdigen met een LVB. De hierin gepresenteerde aanbevelingen dragen bij aan een zo positief mogelijk behandelresultaat.

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten voor gemeenten en wijkteams.

Handreikingen en aanbevelingen

Hieronder vindt u de handreikingen en aanbevelingen op een rij:

Hoe was jouw dag op internet?
Hoe signaleer je slachtoffers?
Hoe meld je (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel/loverboys bij CoMensha?
Hoe zorg je voor goede samenwerking met politie en justitie?
'Ben je (vermoedelijk) slachtoffer van een loverboy?'
'Is uw kind (vermoedelijkmodel toestemmingsverklaring) slachtoffer van een loverboy?'
Tien aanbevelingen

Nazorg

Bij afsluiting van de behandeling, moet tijdig nazorg dan wel een vervolgaanbod worden ingezet en voorbereid. In deze doorlopende lijn van behandeling en vervolgsituatie is veel aandacht nodig voor warme overdracht en terug geleiding naar de nieuwe woonsituatie.

Kijk op de website van het Nederlands Jeugdinstituut voor aandachtspunten voor gemeenten en wijkteams met betrekking tot nazorg.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Onderzoek naar de ervaren knelpunten in de alledaagse begeleiding van jongeren met een LVB en een niet-Nederlandse achtergrond

De alledaagse begeleiding van jongeren met een LVB en probleemgedrag en hun ouders is op zich al vrij gecompliceerd, maar als er ook nog sprake is van een niet-westerse culturele achtergrond wordt dit door de begeleiding als nog lastiger ervaren. Zo kost het opbouwen van een vertrouwensband meer tijd en lukt dit vaak minder goed. Daarnaast komen ze moeilijker tot de kern van de gedragsproblemen en is er meer wantrouwen en wederzijds onbegrip, wat hulpverlening in de weg staat. Begeleiders hebben het idee dat er vaak niet geluisterd wordt of afspraken niet nagekomen worden. Ook geven ze aan dat ze weinig afweten van de verschillende culturen, maar ook dat er vooroordelen zijn en er met afkeer of angst naar de andere cultuur gekeken wordt.

Op verzoek van het Landelijk Kenniscentrum LVB hebben vier studenten van de Universiteit Utrecht in 2014-2015 hun masterthesisonderzoek gedaan naar deze knelpunten en mogelijke verklaringen om te komen tot handelingsadviezen voor de professionals binnen (met name) de Orthopedagogische Behandelcentra die met deze jongeren en hun ouders werken. Zij kwamen uit op vier typen verklaringen voor de ervaren knelpunten. Elke student heeft een verklaring nader onderzocht en uitgewerkt in zijn/haar scriptie. Deze zijn gerelateerd aan: gezagsverhoudingen (Yvette Roelofs), taalbarrière en verschil in communicatiestijl (Maaike Cornelisse), kennis, visie en verwachting over de LVB en de behandeling (Melody Mijnsbergen) en schaamte, taboe en isolatie (Erwin Prikker). Klik op de afzonderlijke verklaringen om deze scripties te kunnen lezen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Studiemiddag ICT en sociale media in de LVB-zorg

Het gebruik van ICT en sociale media is in de reguliere gezondheidszorg  al bijna niet meer weg te denken. E-health is ondertussen een bekend fenomeen. Maar ook in de zorg- of hulpverlening aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) worden de mogelijkheden van deze vormen van hulpverlening verkend en steeds vaker ingezet voor verschillende doeleinden. Zo wordt bijvoorbeeld via websites, zoals www.steffie.nl, informatie gegeven over verschillende onderwerpen op een begrijpelijke en laagdrempelige manier.

Door het gericht en doordacht inzetten van ICT, applicaties en sociale media kunnen we cliënten in staat stellen om zelfstandiger te functioneren en kunnen we hulpverlenen en begeleiden zonder face-to-face contact.

In de afgelopen jaren zijn hier al de nodige ervaringen in opgedaan. Om deze ervaringen te delen hebben het Landelijk Kenniscentrum LVB en de VOBC op 9 mei 2012 een studiemiddag georganiseerd. Wat is er al ontwikkeld voor welke cliënten? Welke randvoorwaarden gelden er voor een goede implementatie? Is het al mogelijk om de do’s and don’ts op een rijtje te zetten?

Tijdens die middag heeft als eerste Sanne van der Hagen van Noxqs een presentatie gegeven over de visie van Noxqs op de mogelijkheden van sociale media voor mensen met een verstandelijke beperking met daarbij aandachtspunten bij het gebruik van sociale media door jongeren met een LVB. Haar presentatie had als titel Digitale kansen en hoe kunnen we die benutten? Click op de titel om naar de presentatie zelf te gaan.

Frank Schalken van E-hulp.nl (i.s.m. GGz Eindhoven en De Kempen) heeft de achtergrond en leerervaringen van Hulpmix.nl: online hulp aan kwetsbare jongeren gepresenteerd. Deze online hulpsite is niet specifiek ontwikkeld voor jongeren met een LVB, maar voor de hogere niveaus wellicht wel te gebruiken. De website geeft wel aan hoe online hulpverlenen er voor deze leeftijdsgroep uit kan zien.

Cello, een zorgaanbieder in Noord-Brabant, ontwikkelde in 2010 met drie andere organisaties een innovatief concept voor de begeleiding van mensen met een LVB. Digitaal leren en begeleiden neemt hierin een centrale plaats in. Samen met Van de Geijn Partners zijn ze een experiment gestart naar digitaal leren ter vergroting van de zelfstandigheid.  Tijdens de studiemiddag hebben Johan Willems van Cello en Richard Derks van Van de Geijn Partners hun presentatie Digitaal leren: de vrijblijvendheid voorbij gegeven. Op dit moment werkt Cello stapsgewijs aan de inbedding ervan in haar ondersteuningsmethodiek

In het noorden van het land hebben Ambiq, Driever’s Dale, Tjallingahiem en MEE Friesland in een samenwerkingsproject een online hulpprogramma opgezet. Het betreft hier E-hulp die gericht is op het vergroten van de eigen regie, e-inclusie en efficiëntie in de hulpverlening aan cliënten met een LVB. Frank Nijhuis van Ambiq en Ype Brada van Tjallingahiem presenteerden Jouw omgeving & Mijn verhaal 2.0. Meer informatie over Mijn verhaal 2.0 is hier te vinden.

Vanaf begin 2011 worden iPads en iPhones ingezet binnen de behandeling / begeleiding van cliënten van de Koraal Groep. Eelco Vollema en Roel Kooijmans van de Koraal Groep hebben in hun presentatie "Bedankt voor de iPad, mijn vader heb ik voor het eerst in een half jaar gezien“, weergegeven hoe dit bijdraagt aan de participatie van de cliënten. En ook zijn de TOPS en TIPS  gedeeld met de aanwezigen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Project ‘Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB’

Gedegen diagnostisch onderzoek is belangrijk om te bepalen welke behandeling of interventie ingezet moet worden. Bij voorkeur wordt dit onderzoek uitgevoerd bij de persoon met een LVB zelf. Hij kan immers zelf het beste inzicht geven in zijn mogelijkheden, gevoelens en gedachten. Vroeger werd echter verondersteld dat zij geen betrouwbare informatie konden geven, omdat ze de vragen niet goed zouden begrijpen en hun antwoorden niet konden verwoorden. In de afgelopen decennia heeft wetenschappelijk onderzoek echter aangetoond dat mensen met een LVB wel degelijk op betrouwbare wijze vragen over zichzelf kunnen beantwoorden als er maar rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de LVB.

Om inzicht in te krijgen in deze kenmerken en hoe daar op aangesloten kan worden in de ontwikkeling en afname van diagnostische instrumenten hebben we het initiatief genomen om daarnaar onderzoek te doen.

Dit onderzoek bestond uit (1) een uitvoerige literatuurstudie; (2) een inventarisatie en bestudering van diagnostische instrumenten die voor mensen met een LVB zijn ontwikkeld; (3) semi-gestructureerde interviews met (a) de ontwikkelaars van de geïnventariseerde instrumenten en (b) totaal 10 gedragdeskundigen, klinisch neuropsychologen en een psychodiagnostisch medewerker die alle ervaring hebben met diagnostisch onderzoek bij mensen met een LVB. De hieruit verkregen informatie en aanbevelingen zijn getoetst aan de wetenschappelijke literatuur.
De integratie van de resultaten uit de deelonderzoeken leidde tot de conceptversie van de richtlijn. Die is voorgelegd aan alle geïnterviewde deskundigen. Hun feedback is wederom getoetst aan de wetenschappelijke literatuur waarna de definitieve richtlijn is opgesteld.

In de Richtlijn worden de belangrijkste kenmerken van mensen met LVB beschreven in relatie tot hun bijdrage aan diagnostisch onderzoek. Vervolgens beschrijven we de mogelijke gevolgen van die kenmerken voor de diagnostische setting, inhoud en formulering van de vragen en het antwoordformat. Tot slot doen we aanbevelingen over hoe hierop aangesloten kan worden in de ontwikkeling en afname van een diagnostisch instrument bij mensen met een LVB.

In juli 2012 is de Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB verschenen. Meer informatie hierover vindt u hier.

De Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB is nauw verbonden met de Richtlijn Effectieve Interventies LVB uit 2011. Met beide publicaties beogen we een bijdrage te leveren aan het effectief behandelen van probleemgedrag en/of het vergroten van vaardigheden van mensen met een LVB.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’

Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben vaker emotionele en gedragsproblemen dan leeftijdsgenoten zonder een LVB. Ook blijkt dat deze problemen niet zomaar verdwijnen. Het is dus belangrijk om deze problemen zo snel en zo adequaat mogelijk te behandelen. Maar dat blijkt niet eenvoudig. Er is een gebrek aan interventies die speciaal voor hen ontwikkeld zijn en waarvan de effectiviteit bekend is. Voor jeugdigen zonder LVB zijn beduidend meer interventies ontwikkeld, maar deze zijn niet zondermeer te gebruiken voor jeugdigen met een LVB.

Het geringe aanbod van geschikte interventies voor jeugdigen met een LVB staat tegenover de grote vraag daarnaar in de praktijk. Daarom hebben zorginstellingen in de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in het ontwikkelen en aanpassen van interventies aan de specifieke kenmerken en problematiek van jeugdigen met een LVB.  Door praktijkwerkers, maar ook door onderzoekers en ontwikkelaars, is gezocht naar specifieke aanpassingen in de interventies zelf en in de randvoorwaarden. Hierdoor ontstaat er in toenemende mate kennis en ervaring in het werken met deze doelgroep.

Vanuit het Landelijk Kenniscentrum LVB hebben we het initiatief genomen om deze kennis en ervaring bijeen te brengen en te toetsen aan wetenschappelijke inzichten. We hebben hiervoor het project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’ in het leven geroepen in samenwerking met een breed samengestelde projectgroep van praktijkwerkers en onderzoekers. De volgende organisaties waren bij dit project betrokken: Accare, Ambiq (voorheen De Eik en Dreei), De Lichtenvoorde, Driever’s Dale, GGz Eindhoven en De Kempen, Ipse De Bruggen, Koraal Groep (De Hondsberg, De La Salle, Gastenhof), Kwadrant ’s Heeren Loo (regio Emaus), Lijn 5 (OPL, Noord-Holland, Woldyne), Lunet zorg, Middelveld, Orthopedagogisch Centrum Brabant, Pameijer LVG, Pluryn, Juvent (voorheen Stichting AZZ), Tjallingahiem, Hogeschool Leiden (Lectoraat Gehandicaptenzorg en Jeugdzorg), Universiteit Utrecht (Ontwikkelingspsychologie), Adviesbureau Van Montfoort, Fontys Hogeschool Pedagogiek en de Universiteit van Amsterdam (Orthopedagogiek).

Marjolein de Wit heeft, onder supervisie van Xavier Moonen, het leeuwendeel van dit onderzoek uitgevoerd, wat bestond uit (1) een uitvoerige literatuurstudie naar de kenmerken van een LVB en de aanpassingen die nodig zijn om een gedragsveranderende interventie bij jeugdigen met een LVB toe te passen; (2) interviews met deskundigen op het gebied van de behandeling van jeugdigen met een LVB over welke aanpassingen er nu precies nodig zijn en op welk gebied; wat de werkzame factoren van interventies voor deze doelgroep zijn; (3) toetsing van de daaruit afgeleide aanbevelingen over hoe een interventie aan te passen aan de LVB aan de wetenschappelijke literatuur. Vervolgens is een voorlopige richtlijn opgesteld met daarin aanbevelingen voor het ontwikkelen of aanpassen van gedragsinterventies voor jeugdigen met een LVB. Deze voorlopige richtlijn is voorgelegd aan de leden van de projectgroep. Hun adviezen zijn wederom getoetst aan onderzoeksliteratuur, waarna de definitieve richtlijn is opgesteld.

In mei 2011 is dit project afgerond met als resultaat de publicatie Richtlijn Effectieve Interventies LVB: Aanbevelingen voor het ontwikkelen, aanpassen en uitvoeren van gedragsveranderende interventies voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, kunt u hier bestellen.

In de Richtlijn wordt eerst een beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken van jeugdigen met een LVB die vanwege ernstige emotionele problemen en/of gedragsproblemen behandeling nodig hebben. Dit geeft eveneens een indicatie van de factoren die een rol spelen in het ontstaan en voortbestaan van deze ernstige problemen en van de factoren waar rekening mee moet worden gehouden voor het goed uitvoeren van een interventie.

De aanbevelingen in de richtlijn hebben niet alleen betrekking op de interventie zelf, maar ook op de randvoorwaarden, zoals de omgeving waarin een interventie plaatsvindt. Met het opstellen van deze richtlijn is een eerste stap gezet naar meer effectieve interventies voor deze doelgroep. Het gaat er dus niet om de effectiviteit van interventies aan te tonen, maar om de kans op een positief effect als gevolg van een toegepaste interventie te vergroten.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Projectgroep ‘Residentiële Zorg’

In het voorjaar van 2010 is de Projectgroep ‘Residentiële Zorg’ van start gegaan. Dit was een gezamenlijk project van het LKC LVG en de VOBC. Het accent lag op het pedagogische klimaat binnen een residentiële setting voor jeugdigen met een LVB die behandeling krijgen en in een woongroep verblijven. In deze tijd, waar de nadruk lijkt te liggen op behandeling met behulp van ‘effectieve interventies’, mag het pedagogische klimaat niet vergeten worden. Een groot deel van de tijd brengen de jeugdigen immers door op de groep waar zij wonen en hebben zij te maken met begeleiders die een pedagogisch klimaat dienen te scheppen waarin hun welzijn en ontwikkeling bevorderd wordt. Sterker nog, een behandeling kan niet effectief zijn als een veilig en stabiel leefklimaat ontbreekt.

Ondanks dat dit besef er steeds meer lijkt te komen, bleek een pedagogische visie en daaruit volgend beleid lang niet altijd aanwezig te zijn. Reden hiervoor kon zijn dat het geen prioriteit had en daarom nog niet goed uitgewerkt was of omdat men niet zo goed wist wat er in deze visie en beleid opgenomen moest worden. Deze projectgroep wilde hier verandering in brengen. Hiertoe is gedurende een jaar een literatuurstudie verricht naar de kenmerken van een goed pedagogisch klimaat voor jeugdigen met een LVB en zijn de verkregen pedagogische visies van de Orthopedagogische Behandelcentra bestudeerd. De resultaten daarvan zijn vervolgens in de projectgroep besproken.

Deze inspanningen hebben uiteindelijk geleid tot de Handreiking Pedagogisch Klimaat. Daarin geven we zo concreet mogelijk aan wat de kenmerken zijn van een goed pedagogisch klimaat en hoe dit gestalte kan krijgen binnen de residentiële zorg voor jeugdigen met een LVB. We zijn hierbij in eerste instantie uitgegaan van de algemene aspecten van een goed pedagogisch klimaat: veiligheid en ondersteuning, autonomie en ruimte, regels en grenzen, interacties tussen jeugdigen. Vervolgens hebben we aangegeven hoe dit specifiek gemaakt kan worden voor jeugdigen met een LVB.

Deze handreiking kan als basis dienen voor het beschrijven van de pedagogische visie binnen een (zorg)organisatie. De specifieke invulling voor een bepaalde leefgroep is afhankelijk van de kenmerken van de jeugdigen die daar verblijven. Het is aan de gedragsdeskundigen om, in samenspraak met begeleiders, jeugdigen, hun ouders, leerkrachten en andere betrokkenen, hun deskundigheid en ervaring in te zetten teneinde een goed pedagogisch klimaat te scheppen.

De Handreiking richt zich in eerste instantie op de residentiële zorg zoals die geboden wordt binnen de Orthopedagogische Behandelcentra. In de praktijk blijkt dat de uitkomsten ook relevant zijn in andere settings van residentiële zorg.

De volgende organisaties waren bij dit project betrokken: De Lichtenvoorde, Koraal Groep (De La Salle), Kwadrant ’s Heeren Loo (regio Emaus en regio Auriga), Pameijer LVG, PI Research, Rijksuniversiteit Groningen (Orthopedagogiek) en de VOBC.

In maart 2011 heeft de laatste bijeenkomst van de projectgroep plaatsgevonden en is het project afgerond. Het eindproduct van dit project, de Handreiking Pedagogisch Klimaat: Een praktijk-theoretische beschrijving van een goed pedagogisch klimaat in de residentiële zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, kunt u hier bestellen.

 

LKC LVB        Catharijnesingel 47        3511 GC Utrecht        T 030-7400400          E info@kenniscentrumlvb.nl Neem contact met ons op