Een overzicht van onze projecten zijn:

- Onderzoek naar de ervaren knelpunten in de alledaagse begeleiding van
  jongeren met een LVB en een niet-Nederlandse achtergrond

- Studiemiddag ICT en sociale media in de LVB-zorg

- Project ‘Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB’

- Project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’

- Projectgroep ‘Residentiële Zorg’

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Onderzoek naar de ervaren knelpunten in de alledaagse begeleiding van jongeren met een LVB en een niet-Nederlandse achtergrond

De alledaagse begeleiding van jongeren met een LVB en probleemgedrag en hun ouders is op zich al vrij gecompliceerd, maar als er ook nog sprake is van een niet-westerse culturele achtergrond wordt dit door de begeleiding als nog lastiger ervaren. Zo kost het opbouwen van een vertrouwensband meer tijd en lukt dit vaak minder goed. Daarnaast komen ze moeilijker tot de kern van de gedragsproblemen en is er meer wantrouwen en wederzijds onbegrip, wat hulpverlening in de weg staat. Begeleiders hebben het idee dat er vaak niet geluisterd wordt of afspraken niet nagekomen worden. Ook geven ze aan dat ze weinig afweten van de verschillende culturen, maar ook dat er vooroordelen zijn en er met afkeer of angst naar de andere cultuur gekeken wordt.

Op verzoek van het Landelijk Kenniscentrum LVB hebben vier studenten van de Universiteit Utrecht in 2014-2015 hun masterthesisonderzoek gedaan naar deze knelpunten en mogelijke verklaringen om te komen tot handelingsadviezen voor de professionals binnen (met name) de Orthopedagogische Behandelcentra die met deze jongeren en hun ouders werken. Zij kwamen uit op vier typen verklaringen voor de ervaren knelpunten. Elke student heeft een verklaring nader onderzocht en uitgewerkt in zijn/haar scriptie. Deze zijn gerelateerd aan: gezagsverhoudingen (Yvette Roelofs), taalbarrière en verschil in communicatiestijl (Maaike Cornelisse), kennis, visie en verwachting over de LVB en de behandeling (Melody Mijnsbergen) en schaamte, taboe en isolatie (Erwin Prikker). Klik op de afzonderlijke verklaringen om deze scripties te kunnen lezen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Studiemiddag ICT en sociale media in de LVB-zorg

Het gebruik van ICT en sociale media is in de reguliere gezondheidszorg  al bijna niet meer weg te denken. E-health is ondertussen een bekend fenomeen. Maar ook in de zorg- of hulpverlening aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) worden de mogelijkheden van deze vormen van hulpverlening verkend en steeds vaker ingezet voor verschillende doeleinden. Zo wordt bijvoorbeeld via websites, zoals www.steffie.nl, informatie gegeven over verschillende onderwerpen op een begrijpelijke en laagdrempelige manier.

Door het gericht en doordacht inzetten van ICT, applicaties en sociale media kunnen we cliënten in staat stellen om zelfstandiger te functioneren en kunnen we hulpverlenen en begeleiden zonder face-to-face contact.

In de afgelopen jaren zijn hier al de nodige ervaringen in opgedaan. Om deze ervaringen te delen hebben het Landelijk Kenniscentrum LVB en de VOBC op 9 mei 2012 een studiemiddag georganiseerd. Wat is er al ontwikkeld voor welke cliënten? Welke randvoorwaarden gelden er voor een goede implementatie? Is het al mogelijk om de do’s and don’ts op een rijtje te zetten?

Tijdens die middag heeft als eerste Sanne van der Hagen van Noxqs een presentatie gegeven over de visie van Noxqs op de mogelijkheden van sociale media voor mensen met een verstandelijke beperking met daarbij aandachtspunten bij het gebruik van sociale media door jongeren met een LVB. Haar presentatie had als titel Digitale kansen en hoe kunnen we die benutten? Click op de titel om naar de presentatie zelf te gaan.

Frank Schalken van E-hulp.nl (i.s.m. GGz Eindhoven en De Kempen) heeft de achtergrond en leerervaringen van Hulpmix.nl: online hulp aan kwetsbare jongeren gepresenteerd. Deze online hulpsite is niet specifiek ontwikkeld voor jongeren met een LVB, maar voor de hogere niveaus wellicht wel te gebruiken. De website geeft wel aan hoe online hulpverlenen er voor deze leeftijdsgroep uit kan zien.

Cello, een zorgaanbieder in Noord-Brabant, ontwikkelde in 2010 met drie andere organisaties een innovatief concept voor de begeleiding van mensen met een LVB. Digitaal leren en begeleiden neemt hierin een centrale plaats in. Samen met Van de Geijn Partners zijn ze een experiment gestart naar digitaal leren ter vergroting van de zelfstandigheid.  Tijdens de studiemiddag hebben Johan Willems van Cello en Richard Derks van Van de Geijn Partners hun presentatie Digitaal leren: de vrijblijvendheid voorbij gegeven. Op dit moment werkt Cello stapsgewijs aan de inbedding ervan in haar ondersteuningsmethodiek

In het noorden van het land hebben Ambiq, Driever’s Dale, Tjallingahiem en MEE Friesland in een samenwerkingsproject een online hulpprogramma opgezet. Het betreft hier E-hulp die gericht is op het vergroten van de eigen regie, e-inclusie en efficiëntie in de hulpverlening aan cliënten met een LVB. Frank Nijhuis van Ambiq en Ype Brada van Tjallingahiem presenteerden Jouw omgeving & Mijn verhaal 2.0. Meer informatie over Mijn verhaal 2.0 is hier te vinden.

Vanaf begin 2011 worden iPads en iPhones ingezet binnen de behandeling / begeleiding van cliënten van de Koraal Groep. Eelco Vollema en Roel Kooijmans van de Koraal Groep hebben in hun presentatie "Bedankt voor de iPad, mijn vader heb ik voor het eerst in een half jaar gezien“, weergegeven hoe dit bijdraagt aan de participatie van de cliënten. En ook zijn de TOPS en TIPS  gedeeld met de aanwezigen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Project ‘Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB’

Gedegen diagnostisch onderzoek is belangrijk om te bepalen welke behandeling of interventie ingezet moet worden. Bij voorkeur wordt dit onderzoek uitgevoerd bij de persoon met een LVB zelf. Hij kan immers zelf het beste inzicht geven in zijn mogelijkheden, gevoelens en gedachten. Vroeger werd echter verondersteld dat zij geen betrouwbare informatie konden geven, omdat ze de vragen niet goed zouden begrijpen en hun antwoorden niet konden verwoorden. In de afgelopen decennia heeft wetenschappelijk onderzoek echter aangetoond dat mensen met een LVB wel degelijk op betrouwbare wijze vragen over zichzelf kunnen beantwoorden als er maar rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de LVB.

Om inzicht in te krijgen in deze kenmerken en hoe daar op aangesloten kan worden in de ontwikkeling en afname van diagnostische instrumenten hebben we het initiatief genomen om daarnaar onderzoek te doen.

Dit onderzoek bestond uit (1) een uitvoerige literatuurstudie; (2) een inventarisatie en bestudering van diagnostische instrumenten die voor mensen met een LVB zijn ontwikkeld; (3) semi-gestructureerde interviews met (a) de ontwikkelaars van de geïnventariseerde instrumenten en (b) totaal 10 gedragdeskundigen, klinisch neuropsychologen en een psychodiagnostisch medewerker die alle ervaring hebben met diagnostisch onderzoek bij mensen met een LVB. De hieruit verkregen informatie en aanbevelingen zijn getoetst aan de wetenschappelijke literatuur.
De integratie van de resultaten uit de deelonderzoeken leidde tot de conceptversie van de richtlijn. Die is voorgelegd aan alle geïnterviewde deskundigen. Hun feedback is wederom getoetst aan de wetenschappelijke literatuur waarna de definitieve richtlijn is opgesteld.

In de Richtlijn worden de belangrijkste kenmerken van mensen met LVB beschreven in relatie tot hun bijdrage aan diagnostisch onderzoek. Vervolgens beschrijven we de mogelijke gevolgen van die kenmerken voor de diagnostische setting, inhoud en formulering van de vragen en het antwoordformat. Tot slot doen we aanbevelingen over hoe hierop aangesloten kan worden in de ontwikkeling en afname van een diagnostisch instrument bij mensen met een LVB.

In juli 2012 is de Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB verschenen. Meer informatie hierover vindt u hier.

De Richtlijn Diagnostisch Onderzoek LVB is nauw verbonden met de Richtlijn Effectieve Interventies LVB uit 2011. Met beide publicaties beogen we een bijdrage te leveren aan het effectief behandelen van probleemgedrag en/of het vergroten van vaardigheden van mensen met een LVB.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’

Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben vaker emotionele en gedragsproblemen dan leeftijdsgenoten zonder een LVB. Ook blijkt dat deze problemen niet zomaar verdwijnen. Het is dus belangrijk om deze problemen zo snel en zo adequaat mogelijk te behandelen. Maar dat blijkt niet eenvoudig. Er is een gebrek aan interventies die speciaal voor hen ontwikkeld zijn en waarvan de effectiviteit bekend is. Voor jeugdigen zonder LVB zijn beduidend meer interventies ontwikkeld, maar deze zijn niet zondermeer te gebruiken voor jeugdigen met een LVB.

Het geringe aanbod van geschikte interventies voor jeugdigen met een LVB staat tegenover de grote vraag daarnaar in de praktijk. Daarom hebben zorginstellingen in de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in het ontwikkelen en aanpassen van interventies aan de specifieke kenmerken en problematiek van jeugdigen met een LVB.  Door praktijkwerkers, maar ook door onderzoekers en ontwikkelaars, is gezocht naar specifieke aanpassingen in de interventies zelf en in de randvoorwaarden. Hierdoor ontstaat er in toenemende mate kennis en ervaring in het werken met deze doelgroep.

Vanuit het Landelijk Kenniscentrum LVB hebben we het initiatief genomen om deze kennis en ervaring bijeen te brengen en te toetsen aan wetenschappelijke inzichten. We hebben hiervoor het project ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’ in het leven geroepen in samenwerking met een breed samengestelde projectgroep van praktijkwerkers en onderzoekers. De volgende organisaties waren bij dit project betrokken: Accare, Ambiq (voorheen De Eik en Dreei), De Lichtenvoorde, Driever’s Dale, GGz Eindhoven en De Kempen, Ipse De Bruggen, Koraal Groep (De Hondsberg, De La Salle, Gastenhof), Kwadrant ’s Heeren Loo (regio Emaus), Lijn 5 (OPL, Noord-Holland, Woldyne), Lunet zorg, Middelveld, Orthopedagogisch Centrum Brabant, Pameijer LVG, Pluryn, Juvent (voorheen Stichting AZZ), Tjallingahiem, Hogeschool Leiden (Lectoraat Gehandicaptenzorg en Jeugdzorg), Universiteit Utrecht (Ontwikkelingspsychologie), Adviesbureau Van Montfoort, Fontys Hogeschool Pedagogiek en de Universiteit van Amsterdam (Orthopedagogiek).

Marjolein de Wit heeft, onder supervisie van Xavier Moonen, het leeuwendeel van dit onderzoek uitgevoerd, wat bestond uit (1) een uitvoerige literatuurstudie naar de kenmerken van een LVB en de aanpassingen die nodig zijn om een gedragsveranderende interventie bij jeugdigen met een LVB toe te passen; (2) interviews met deskundigen op het gebied van de behandeling van jeugdigen met een LVB over welke aanpassingen er nu precies nodig zijn en op welk gebied; wat de werkzame factoren van interventies voor deze doelgroep zijn; (3) toetsing van de daaruit afgeleide aanbevelingen over hoe een interventie aan te passen aan de LVB aan de wetenschappelijke literatuur. Vervolgens is een voorlopige richtlijn opgesteld met daarin aanbevelingen voor het ontwikkelen of aanpassen van gedragsinterventies voor jeugdigen met een LVB. Deze voorlopige richtlijn is voorgelegd aan de leden van de projectgroep. Hun adviezen zijn wederom getoetst aan onderzoeksliteratuur, waarna de definitieve richtlijn is opgesteld.

In mei 2011 is dit project afgerond met als resultaat de publicatie Richtlijn Effectieve Interventies LVB: Aanbevelingen voor het ontwikkelen, aanpassen en uitvoeren van gedragsveranderende interventies voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, kunt u hier bestellen.

In de Richtlijn wordt eerst een beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken van jeugdigen met een LVB die vanwege ernstige emotionele problemen en/of gedragsproblemen behandeling nodig hebben. Dit geeft eveneens een indicatie van de factoren die een rol spelen in het ontstaan en voortbestaan van deze ernstige problemen en van de factoren waar rekening mee moet worden gehouden voor het goed uitvoeren van een interventie.

De aanbevelingen in de richtlijn hebben niet alleen betrekking op de interventie zelf, maar ook op de randvoorwaarden, zoals de omgeving waarin een interventie plaatsvindt. Met het opstellen van deze richtlijn is een eerste stap gezet naar meer effectieve interventies voor deze doelgroep. Het gaat er dus niet om de effectiviteit van interventies aan te tonen, maar om de kans op een positief effect als gevolg van een toegepaste interventie te vergroten.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Projectgroep ‘Residentiële Zorg’

In het voorjaar van 2010 is de Projectgroep ‘Residentiële Zorg’ van start gegaan. Dit was een gezamenlijk project van het LKC LVG en de VOBC. Het accent lag op het pedagogische klimaat binnen een residentiële setting voor jeugdigen met een LVB die behandeling krijgen en in een woongroep verblijven. In deze tijd, waar de nadruk lijkt te liggen op behandeling met behulp van ‘effectieve interventies’, mag het pedagogische klimaat niet vergeten worden. Een groot deel van de tijd brengen de jeugdigen immers door op de groep waar zij wonen en hebben zij te maken met begeleiders die een pedagogisch klimaat dienen te scheppen waarin hun welzijn en ontwikkeling bevorderd wordt. Sterker nog, een behandeling kan niet effectief zijn als een veilig en stabiel leefklimaat ontbreekt.

Ondanks dat dit besef er steeds meer lijkt te komen, bleek een pedagogische visie en daaruit volgend beleid lang niet altijd aanwezig te zijn. Reden hiervoor kon zijn dat het geen prioriteit had en daarom nog niet goed uitgewerkt was of omdat men niet zo goed wist wat er in deze visie en beleid opgenomen moest worden. Deze projectgroep wilde hier verandering in brengen. Hiertoe is gedurende een jaar een literatuurstudie verricht naar de kenmerken van een goed pedagogisch klimaat voor jeugdigen met een LVB en zijn de verkregen pedagogische visies van de Orthopedagogische Behandelcentra bestudeerd. De resultaten daarvan zijn vervolgens in de projectgroep besproken.

Deze inspanningen hebben uiteindelijk geleid tot de Handreiking Pedagogisch Klimaat. Daarin geven we zo concreet mogelijk aan wat de kenmerken zijn van een goed pedagogisch klimaat en hoe dit gestalte kan krijgen binnen de residentiële zorg voor jeugdigen met een LVB. We zijn hierbij in eerste instantie uitgegaan van de algemene aspecten van een goed pedagogisch klimaat: veiligheid en ondersteuning, autonomie en ruimte, regels en grenzen, interacties tussen jeugdigen. Vervolgens hebben we aangegeven hoe dit specifiek gemaakt kan worden voor jeugdigen met een LVB.

Deze handreiking kan als basis dienen voor het beschrijven van de pedagogische visie binnen een (zorg)organisatie. De specifieke invulling voor een bepaalde leefgroep is afhankelijk van de kenmerken van de jeugdigen die daar verblijven. Het is aan de gedragsdeskundigen om, in samenspraak met begeleiders, jeugdigen, hun ouders, leerkrachten en andere betrokkenen, hun deskundigheid en ervaring in te zetten teneinde een goed pedagogisch klimaat te scheppen.

De Handreiking richt zich in eerste instantie op de residentiële zorg zoals die geboden wordt binnen de Orthopedagogische Behandelcentra. In de praktijk blijkt dat de uitkomsten ook relevant zijn in andere settings van residentiële zorg.

De volgende organisaties waren bij dit project betrokken: De Lichtenvoorde, Koraal Groep (De La Salle), Kwadrant ’s Heeren Loo (regio Emaus en regio Auriga), Pameijer LVG, PI Research, Rijksuniversiteit Groningen (Orthopedagogiek) en de VOBC.

In maart 2011 heeft de laatste bijeenkomst van de projectgroep plaatsgevonden en is het project afgerond. Het eindproduct van dit project, de Handreiking Pedagogisch Klimaat: Een praktijk-theoretische beschrijving van een goed pedagogisch klimaat in de residentiële zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, kunt u hier bestellen.

 

LKC LVB        Catharijnesingel 47        3511 GC Utrecht        T 030-7400400          E info@kenniscentrumlvb.nl Neem contact met ons op